Monet. Tuinen van verbeelding – Kunstmuseum, Den Haag

Op het moment dat ik Monet. Tuinen van verbeelding bezoek, kun je over de hoofden lopen. De laatste week van deze expositie is ingegaan en het is absurd druk. Maar ik mag gewoon naar binnen. Met de bijgeleverde achtergrondinformatie om de werken te duiden, krijg je een mooi compleet plaatje. Het is interessant om te lezen dat de doeken rond de tijd van het overlijden van Monet absoluut niet op waarde geschat werden. Sterker nog: verguisd werden. De werken schijnen 25 jaar in het voormalige atelier/woonhuis van Monet weggepieterd te hebben voor ze herontdekt werden. En hoewel niet allemaal even indrukwekkend (zoals de werken uit de periode dat Monet blind werd), ze zijn de moeite waard: kleurrijk, afkaderend, in de tijd plaatsend en gewoon mooi natuurlijk. Blij dus, dat ik deze expositie nog mee heb kunnen pakken.

Van proef tot perfectie: Edouard Vuillards prentenserie ‘Paysages et Interieurs’ – Van Gogh Museum, Amsterdam

Edouard Vuillard ken ik voornamelijk vanuit zijn rol als kunstenaar in de Nabis. In Paysages et Interieurs toont het Van Gogh Museum lithografieën en hun totstandkoming: van schets tot litho. Eerlijk gezegd vind ik de schetsen vaak mooier dan de litho’s maar wat wel inzichtelijk gemaakt wordt, is het moeizame proces van de totstandkoming. Aardig om even binnen te lopen.

Jean-Francois Millet. Zaaier van de moderne kunst – Van Gogh Museum, Amsterdam

Ik verwachtte, net als bij de andere tijdelijke exposities, met een half uurtje wel klaar te zijn. Maar de expositie Jean-Francois Millet. Zaaier van de moderne kunst is boven verwachting mooi én een stuk groter dan verwacht. De werken van Millet worden afgezet tegen tijdgenoten en de ontwikkelingen in zijn tijd. En ze worden gelinkt aan schilders die zijn werken als inspiratiebron namen, en dat is soms echt heel erg letterlijk een nageschilderd werk in de eigen stijl van de artiest. Je ziet hier werken van Munch (heel mooi), Winslow Homer die ik nog niet kende, natuurlijk Van Gogh maar ook Pisarro, Seurat, Modersohn-Becker en zelfs Dali en Malevich. Een fijne verrassing!

Felix Fénéon (1861 – 1944) – Musée du Quai Branly, Parijs, Frankrijk

Het Musée du Quai Branly is mijn alltime favoriete volkenkundige museum. De architectuur, de tuin, de verlichting én natuurlijk de collectie. Ze zijn allemaal indrukwekkend. Dit keer kom ik voor de expositie van Felix Fénéon. Een kunstcriticus die als één van de eersten begon met het verzamelen van werken uit overzeese gebieden, met name uit Afrika. Maar ook verzamelde hij schilderijen van schilders uit zijn tijd, zoals de werken in deze expositie: schilderijen waarin zwarte mensen een hoofdrol spelen.Het is in deze tijd van inclusieve kunst een mooie invalshoek. Een bezoekje waard. Het is jammer dat de expositie in Musée l’Orangerie waarin meer van zijn verzamelde Europese kunst getoond wordt, pas in oktober opent. Die loop ik dus mis.

Calder / Picasso – Musée Picasso, Parijs, Frankrijk

De expositie van Calder – Picasso stond na de Islamic Art Department van het Louvre bovenaan mijn verlanglijstje van exposities voor deze trip naar Parijs. En wat was het de moeite waard. Op fraaie wijze, soms onnavolgbaar dat wel, worden stukken uit de collectie van Picasso ontsloten door ze te koppelen aan werken van Alexander Calder. Maar ook van Calder krijg ik een volledig andere kant te zien dan de mobiles die ik voornamelijk van hem ken. Ultrafijne figuratieve draadinstallaties bijvoorbeeld, of sculpturen van menselijke figuren. Een expositie waar ik bijzonder blij van werd!

Women, Art & Power – Musée d’Orsay, Parijs, Frankrijk

Het Musée d’Orsay is een doolhof on the best of days maar op zoek naar de route (en niet een expositie zoals hun reclame suggereert) van Women, Art & Power raak je de wanhoop nabij. Wil je alle werken namelijk zien die deze route rijk is, dan moet je de volledige collectie door om op zoek te gaan naar die werken die gekenmerkt zijn met een krulletje op het bordje, om aan te geven dat ze vallen onder Women, Art & Power. En dat draadje is ook nog eens extreem dun, namelijk alleen het feit dat het een vrouw is. Maar goed, op de zoektocht naar de door mij geselecteerde onderdelen kom ik een redelijk aantal werken tegen, zoals deze van Mary Cassatt, die via Degas terecht kwam in de impressionistische kringen en samen met hen exposeerde.

Berthe Morisot (1841 – 1895) – Musée d’Orsay, Parijs, Frankrijk

Berthe Morisot krijgt, in het kader van inclusieve kunst, extra aandacht in het Musée d’Orsay. Naast haar mannelijke tijdgenoten had zij een uitgesproken en innovatieve rol bij de impressionisten. Zij streefde ernaar om ‘dingen van voorbijgaande aard’ te schilderen en het persoonlijke leven van de mensen om hen heen weer te geven in haar schilderijen. En toch wijken haar schilderijen op het eerste gezicht niet af van die van haar mannelijke tijd- en genregenoten.

Contemporary counterpoint. Alex Katz. Homage to Monet – Musee de l’Orangerie, Parijs, Frankrijk

De waterlelies van Monet in het Musée de l’Orangerie zijn indrukwekkend. In dit specifieke geval worden interpretaties van deze waterlelieserie van Alex Katz getoond naast de enorme werken van Monet. En hoewel je zou verwachten dat alles verbleekt naast deze grote doeken, houdt Katz zich aardig staande. Zijn werken zijn aansprekend, herkenbaar en fijn voor het oog. Een mooie aanvulling dus. Wat ook altijd fijn is, is de collectie in de kelder van het museum. Dus ook die doe ik deze ronde in Parijs aan voor schitterende stukken van Renoir, obelisken en ander moois van Matisse, Modigliani, de voor mij nieuwe Marie Laurencin en een enorm werk van Joan Mitchell meteen in de entree.

Vaste collectie – Van Abbemuseum, Eindhoven

Op een middag, tussen de NJK zwemwedstrijden van mijn neefje door vond ik de tijd om de vaste collectie van het Van Abbemuseum te bezoeken. Zoals ik op de site al had kunnen zien hingen er veel schitterende werken. Naast het al bekende werk Angela Davis van Iris Kensmil is er nu ook het werk Here the New Negro Begins. Verder vind ik er Kokoschka, Ernst, Kandinsky, Picasso en fraaie Jan Sluijters. Maar ook de dikke baby’s van Jörg Immendorff, een opstapeling van een soort zandzakken in een cirkel van Dan Peterman, de harde gezichten in een schilderij van Charley Toorop, een kleurrijk werk van Jean Dubuffet. En misschien wel voor het eerst zie ik een foto van Rineke Dijkstra. Echt de moeite waard, deze vaste collectie!

Hockney. Van Gogh. The joy of nature – Van Gogh Museum, Amsterdam

In 2012 zag ik in Keulen voor het eerst een grote expositie van David Hockney. Tot dan toe zag ik alleen enkele werken, zoals bijv. zijn befaamde zwembad. De expositie in het Van Gogh koppelt Hockney aan werken van Van Gogh die hem geïnspireerd hebben maar deze werken van Van Gogh vallen weg in het kleurengeweld van Hockney’s natuurpracht. Heldere, felle kleuren van landschappen in Engeland die ongetwijfeld een stuk minder kleurrijk waren in het echt. Deze vertaalslag van Engelse country side naar deze wondere wereld van kleuren is prachtig. Paarse boomstammen, bijna fluorescerend groene velden, maar ook rustige witte waterplanten drijvend op een vijver. En dit keer heb ik, in tegenstelling tot 2012, meer oog voor de werken die hij op de iPad heeft vervaardigd. Hierbij ontbreekt nog steeds de diepte die in zijn andere werken indrukwekkend is, maar naast elkaar hangend, zie je wel meteen Hockney’s hand terugkomen. Een aanrader!

KUMU Art Museum – Tallinn, Estland

De musea in Tallinn bewaarde ik tot de tweede, regenachtige, dag. Glibberend over dikke lagen spiegelglad ijs loop je van de bushalte in de buitenwijk naar de ingang die je ondergronds naar het museum leidt. De collectie loopt uiteen van klassieke tot moderne schilders, met als kers op de taart de expositie van de landschapswerken van Konrad Mägi. Stiekem vond ik die werken namelijk de mooiste van de hele collectie, hoewel er ook andere kunstenaars waren die me wel aanspraken, zoals Agathe Veeber, Kuno Veeber of Villem Ormisson. Een mooie eerste kennismaking met Estse kunst.

Gaugain en Laval op Martinique – Van Gogh Museum, Amsterdam

Misschien waren mijn verwachtingen te hoog maar de expositie Gaugain en Laval op Martinique in het Van Gogh Museum vond ik niet spectaculair. In de kleine expositiezaal hingen werken (schilderijen, schetsen, studies) van met name Gaugain, aangevuld met werken van Laval van de periode dat de toen-nog-vrienden werkten op Martinique. Ze portretteerden het eenvoudige leven op het Caribische eiland, voorbijgaand aan het echte, zware leven daar. Ze experimenteerden met kleuren, lijnen, vlakken… De expositie laat veel zien van de transitiefase, een fase die mij niet bijzonder aanspreekt. Een aardige expo maar, zoals ik al schreef, niet spectaculair.

Museum No Hero – Delden

Niet lang na de opening rij ik naar het landelijke Delden voor Museum No Hero. Een eclectische verzameling zonder duidelijke lijn maar met mooie werken, zo werd de collectie van verzamelaar Geert Steinmeijer beschreven. Het oude pand is schitterend behouden gebleven en biedt mooi ruimte aan inderdaad een eclectische verzameling met werken. In de mooi aangelegde tuin kom ik het beeld in de vorm van een Mao-jasje tegen van een Chinese kunstenaar die jaren geleden bij Rijksmuseum Twenthe op de binnenplaats stond, alsook het werk The Sisters van Zhang Xiaogang. Er zijn werken van Mesdag, Frank Stella, A.R. Penck, en mijn favoriet van die dag Luciano Castelli. Maar verder zijn er voor mij onbekende werken én onbekende kunstenaars om van te genieten, zoals bijvoorbeeld Wang Du en Cai Guangbin. Een bezoekje waard. Let op: de museumkaart is hier (nog) niet geldig.

Paula Modersohn-Becker. Tussen Worpswede en Parijs – Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Het is een kleine maar fijne expositie, Tussen Worpswede en Parijs met werken van Paula Modersohn-Becker en een aantal werken die haar geïnspireerd hebben, zoals die van Van Gogh, Cézanne en Bonnard. Ook zijn er werken van haar tijdgenoten uit Worpswede, die de groei die Modersohn-Becker in Parijs doormaakte, des te duidelijker maken. Wat ik niet wist is dat ze op jonge leeftijd (31) overleden is, net nadat ze moeder is geworden van een dochter. En toch schijnt ze 700 werken nagelaten te hebben. Gauw maar eens naar haar museum in Bremen dus, om meer te bekijken!

Permanente collectie – Städel Museum, Frankfurt am Main, Duitsland

Het Städel Museum ligt onder de Main en is een minuutje of 20 lopen vanaf het MMK en het Schirn. In een schitterend oud gebouw zijn de exposities over meerdere verdiepingen verdeeld. Er zijn een flink aantal interessante werken van diverse kunstenaars. Uiteenlopend van de ingetogen impressionistische werken van Sisley tot de fauvistische werken van Kirchner. Maar ook Munch, Nolde, Degas, Renoir, Beckmann, Warhol en Vuillard. Of sculpturen van Rodin, Arp, Giacometti en Max Ernst. Een portret van de hand van Paula Modersohn-Becker en een fraai naakt van Pierre Bonnard. Maar favoriet was toch eigenlijk wel The Lamb van Paul Klee uit 1920: weer heel anders dan andere werken en eigenlijk ook weer niet. Het gedeelte met kunst vanaf ca. 1600 tot bovengenoemde exposities heb ik overgeslagen, omdat mijn interesse daar niet ligt. Maar ook van de oude meesters hangen er ongetwijfeld fraaie werken.

Permanente collectie – Centre Pompidou, Parijs

Als ik langs de lange rij weet te glippen door ter plekke nog een e-ticket te boeken, sta ik in het Centre Pompidou om me heen te kijken. Ik kan me niet herinneren hier eerder binnen te zijn geweest. Ondanks een expo van César begin ik met de hedendaagse kust op de vierde verdieping en de moderne kunst op de vijfde verdieping van Gallery 1. Op de vierde verdieping vind ik niet veel werken die me aanspreken, ondanks de ontelbare werken die er hangen. Met uitzondering van een Jean Michel Basquiat, daar word ik altijd blij van. Maar ook een van de naargeestige Niki de St Phalle werken en een paar Yes Klein’s. De vijfde verdieping daarentegen is één en al blije verrassing: niet alleen vind ik er Le Jardin d’Hiver van Dubuffet, Carl Andre, Judd, Jeff Wall, Matisse, Modigliani, Picasso, Pollock en meerdere Calders, ik vind er ook een bijzonder mooie Rothko, vier Klee’s, een bloederige Yayoi Kusama en een schietschilderij van Niki de St Phalle. Maar dat is nog niet eens alles.
Ook ontdek ik er mooie Sonia Delaunay’s, de voor mij nieuwe Jean Fautrier, een mooi werk van Capogrossi en meerdere van Dongen’s. Na deze twee immense verdiepingen vol mooie kunst (en al twee musea eerder op de dag) zit ik zo vol met indrukken dat ik de expo van César moet overslaan. Wat een succes, dit impromptu ingevoegde museumbezoek!

Permanente collectie – Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris, Parijs

In de tijd dat een vriendin een huis aan de voet van de Eiffeltoren had en ik daar met regelmaat mocht housesitten heb ik bijzonder veel musea in Parijs bezocht. Het Musée d’Art Moderne heeft met regelmaat bijzondere exposities, zoals de Basquiat-expositie die ik misliep door bizar lange wachtrijen, maar vooral ook een mooie permanente collectie. Een collectie die ook nog eens gratis te bezoeken is. Ook nu stelt het museum niet teleur. Veel van mijn ‘usual suspects’ zijn vertegenwoordigd. Zo vind ik er werken van Appel, Hantaï, Matisse (Danseuse assisse, heel fraai), Chagall, Bonnard, De Vlaminck, Hartung, Delaunay, Dufy, Modigliani en fraaie Van Dongen’s (zie afbeelding). Ik zie voor het eerst een schilderij van Tal Coat en kunstenaars die voor mij nieuw zijn: Auguste Herbin en Jean Helion met werken die me aanspreken. En ook nog sculpturen van Arp en Matisse. Al met al weer een bijzonder mooi bezoek!

Van Dongen. Le Bateau-Lavoir – Musée de Montmartre, Parijs

Op de één of andere manier zie ik vaker werken van Van Dongen, de Rotterdamse fauvistische schilder, in Parijs dan in Nederland. Ook nu kan ik de verleiding van een Van Dongen expositie niet weerstaan. In het Musée de Montmartre is de expositie Van Dongen. Le Bateau-Lavoir te zien. Op de dag van opening, 16 februari, sta ik er meteen. En de expositie is mooi. Een flink aantal werken, een stukje achtergrond en wat aanverwante kunstenaars. Het bezoek zeker waard!

Wolvecamp & De Weerd. Geestdrift voor de schilderkunst – Rijksmuseum Twenthe

Op een luie zaterdagmiddag is een bezoek aan de expositie van Wolvecamp & De Weerd in het Rijksmuseum Twenthe een mooie activiteit. Het is niet bijzonder druk in het museum. Je begint bij een expositie met kinetische installaties. Die kunnen mij niet echt bekoren, op de op zeebellen lijkende intallatie na die zo hard draait dat de ‘zeepbellen’ op knappen lijken te staan. De expositie waar ik voor kwam is voor mij daarentegen wél de moeite waard. Fraaie werken in een mooie chronologische opbouw, met voldoende achtergrond om het nog interessanter te maken. Aan het einde kan ik het niet laten even binnen te poppen bij een aantal oude bekenden in de andere zalen. Tot hilariteit van de kassamedewerkers had ik wel gezien dat er twee Breitners naast elkaar hingen maar niet gelezen dat er één een vervalsing was. Dat ik de echte er feilloos uitpikte, was voor mij dan wel weer een geruststelling.

Verwandte Nähe. Lotta Blokker & Käthe Kollwitz – Ev. Apostelkirche & Haus der Niederlande, Münster, Duitsland

Op de wandeling om werken uit het Skulptur Projekte te zoeken, bots ik op een dubbelexpositie van de Nederlandse Lotta Bakker en Käthe Kollwitz. In zowel de Evangelische Apostelkirche als het Haus der Niederlande vind je sculpturen van Lotta Bakker en sculpturen en tekeningen van Käthe Kollwitz. Ik lees dat Bakker op een excursie naar Parijs geïntrigeerd raakt door Rodin en haar toekomst als beeldhouwster voor zich zag. Ik vind haar beelden vooral naargeestig en soms zelfs eng. Meestal komt dat door de ogen (enge gaatjes) maar vaak ook door de positie, liggend op de grond. In Kollwitz werken in de Apostelkirk spelen moeder en kind en moeder en dood kind een hoofdrol. Al met al dus niet een veel vrolijker bedoening dan Bakker. Het enige beeld dat mij aansprak is weergegeven in de afbeelding bij deze post. Ook hier geldt: leuk om ook even in deze beide gebouwen binnen te kunnen kijken.