The hen who dreamed she could fly – Sun-mi Hwang (2014)

Sun-mi Hwang’s eenvoudige schrijfstijl levert indrukwekkende boeken. The Hen who dreamed she could fly is een heel zielig boek over een legbatterijkip die als droom heeft dat ze één ei van zichzelf mag uitbroeden. Als ze weet te ontsnappen, vindt ze een verstopt ei en broedt het uit en wordt moeder van… een eendenkuiken. Een boek over pijn, afscheid, risico’s en keuzes. Het deed me heel sterk denken aan boekjes die ik als kind had van Peter Pluis over een vogeltje dat eenzaamheid en gevaar moet trotseren.

Het huis met de kersenbloesem – Sun-mi Hwang (2020)

In Het huis met de kersenbloesem heeft Kang een ongelukkige jeugd achter de rug. De enige plek waar hij met zijn vader gewoond heeft, voor zijn vader na 5 jaar samen overleed, is ook de plek waar hij gepest werd. Uit een soort wraak koopt hij het huis en de grond van die plek. Als hij oud is, gaat hij daar wonen en blijkt de geschiedenis heel anders dan hij ‘m zich herinnert. Een bitterzoet verhaal van Sun-mi Hwang.

Lieveling – Kim van Kooten (2015)

De vijfjarige Puck verhuist samen met haar moeder naar het huis van een oude, rijke man. En met die verhuizing komt er een eind aan de onschuld van Puck. Vanaf dag één wordt ze slachtoffer van seksueel geweld. Het schrijnende aan het boek is dat het misbruik net zo achteloos verteld wordt als de nieuwe Barbiepoppen die ze krijgt of over de hersenloosheid en desinteresse van haar moeder. Het debuut van Kim van Kooten is heel eenvoudig van schrijfstijl waardoor je het boek in no time uit hebt. Wat langer achterblijft is het nare gevoel van machteloosheid en boosheid om de slechtheid en het egocentrisme van de mensen om Puck heen.

Het Monster van Wokeness – Tofik Dibi (2020)

Het net verschenen boek Het Monster van Wokeness speelt enorm in op de actualiteit van activisme rondom de Black Lives Matter-beweging en het Zwarte Piet-debat. De hoofdpersoon in het boek, @Kannibelle, wordt meer uitgesproken in haar meningen en verhardt haar standpunten. De schrijver, Tofik Dibi, laat daarmee een delicate grens zien tussen offline en online persona’s. Het boek is snel en luchtig geschreven maar adresseert daarbij wel maatschappelijke problemen. Het enige minpuntje vind ik het nogal abrupte einde met een raar soort cliffhanger. Maar dat mag de pret niet drukken.

Chike and the River – Chinua Achebe (1966)

Chike is een jongetje dat van zijn moeder in een eenvoudig dorp in Nigeria verhuist naar zijn oom in een middelgrote stad. Daar raakt hij geobsedeerd door het met de ferry oversteken van de rivier omdat aan de overkant de straat naar de hoofdstad Lagos ligt. Maar de ferry kost geld, en geld heeft Chike niet. Chike and the River is een eenvoudig maar krachtig verhaal voor de jonge(re) lezer over ambitie, goedgelovigheid, bijgeloof en het eigen moreel kompas.

The Amazing Racist – Chhimi Tenduf-La (2015)

Een Engelsman wordt verliefd op een Sri Lankaanse vrouw. Wat hij ook doet voor zijn schoonvader, de amazing racist, het is nooit genoeg. Na de geboorte van hun eerste kind verlaat zijn vrouw hem en hun dochtertje. De Engelsman neemt de zorg voor zowel kind als terminale schoonvader op zich. Het boek wordt in een recensie hilarisch genoemd, ik heb het hele boek door last van plaatsvervangde schaamte over de ruggengraatloze Engelsman. Het boek is eenvoudig geschreven en er zitten niet echt plot twists in, maar toch leest het lekker weg.

James Dean en het verdriet – Remco Campert (1983)

Ik lees regelmatig boeken van Campert en meestal vind ik ze leuk. James Dean en het verdriet bevat niet alleen gedeelten van verhalen uit andere boeken, wat ik jammer vind van mijn tijd, het is ook nog eens niet door te komen. Een tegenvaller dus. Het geldt natuurlijk niet voor het hele boek maar wel ergens zo’n 3 verhalen voor het einde, met meer fantasie dan ik interessant vond. Jammer.

Paarden vliegen businessclass – Olaf Koens (2019)

Zodra ik hoorde dat het boek beschikbaar was, bestelde ik Paarden vliegen businessclass van Olaf Koens. De vorige twee boeken van Koens waren hartstikke goed. Ook dit boek is zalig. Het richt zich op de verhalen van dieren in het Midden-Oosten: van valken en paarden in de rijke golfstaten tot dierentuindieren uit oorlogsgebied. Of beloega’s uit Oekraïene en gieren met gps-trackers die als spionnen in de diverse oorlogen gezien worden. Olaf Koens weet op scherpe wijze de absurditeit en de schrijnende verschillen tussen de inspanningen voor dieren en voor mensen neer te zetten.

Aarde en as- Atiq Rahimi (2002)

Het fraaie maar trieste verhaal van Aarde en As van Atiq Rahimi vertelt over de reis die een oude man aflegt met zijn door bombardementen doof geworden kleinzoontje. Op weg naar zijn zoon om hem te vertellen over het Russische bombardement op hun dorp waardoor de moeder, de vrouw, de broer en schoonzus omgekomen zijn, twijfelt de oude man steeds meer of hij zijn zoon dat bericht wel moet brengen.

My Sister the Serial Killer – Oyinkan Braithwaite (2018)

Ik heb My Sister the Serial Killer al een aantal keren in de boekhandel zien liggen, om het boek op te pakken en toch niet te kopen. Maar gisteravond heb ik de epub maar opgepakt. En het is een enorm leuk boek. Tegen de achtergrond van het gegoede Lagos beschrijft een zus haar onvoorwaardelijke trouw aan haar jongere zusje, die de gewoonte heeft haar geliefden te vermoorden. De trouw komt aan het wankelen, als de jongere, bloedmooie Ayoola haar oog laat vallen op de man waar Korede, de oudere zus, verliefd op is. Op eenvoudige, humoristische manier zet Oyinkan Braithwaite een tragisch verhaal neer.

Wij weten heus wel hoe laat het is – Marcel van Roosmalen (2006)

De roman Wij weten heus wel hoe laat het is van Marcel van Roosmalen begint in een zeer relaxt tempo. Het coming of age verhaal van de hoofdpersoon begint bij het afronden van zijn havo en kabbelt rustig maar vermakelijk langs zijn leven als kraker en activist-zonder-activiteit naar dat van dichter-van-een-gedicht die verder verdraaid weinig doet. Na de helft van het boek verandert ineens de toon en het tempo en rent de hoofdpersoon langs een aantal extremen: van het rondrijden van prostituees tot het knippen van bloemen in Frankrijk. Het voelt bijna alsof het boek letterlijk uit twee delen bestaat. Het boek is toegankelijk, eenvoudig zelfs, geschreven en over het geheel erg vermakelijk!

De wraak van Safiyya – Bahaa Taher (2000)

Met het inpakken van mijn boeken kwam ik De wraak van Safiyya van de Egyptische Bahaa Taher tegen die al sinds januari 2009 ongelezen op mijn plank stond. Het boek verhaalt over de geschiedenis van een familie in een dorp in de buurt van Luxor in de jaren ’50 en ’60. Een jonge jongen vertelt over zijn tante die uitgehuwelijkt wordt aan een 40 jaar oudere man en die op wonderbaarlijke wijze toegewijd is aan die man. Een familiedrama met hier en daar een flard Egyptische geschiedenis. Een mooi boek.

The secret lives of the Amir sisters – Nadiya Hussain (2018)

Het boek van de Britse-Bangladeshi Nadiya Hussain, bekend van de Great British Bake-off werd geschetst als de Brits-Bangladeshi variant op Little Women. Daar staat me onvoldoende van bij om te beoordelen of dat klopt, maar het is inderdaad een chroniek van het leven van vier zusters, waarbij de rode draad de kinderwens is van de ‘verstandigste’ zus, die niet zwanger kan worden. Het is een luchtig boek qua schrijfstijl maar beladen wat betreft de verhaallijnen: het leven, de tegenslagen, de successen, de verhoudingen binnen een gezin. Ondanks de kritiek van Jenny Colgan dat Hussain de plek inneemt die een ‘echte’ schrijver in had kunnen nemen, vind ik het een fijn boek: een mooi verhaal, emotioneel en lekker leesbaar.

Onder de paramariboom – Johan Fretz (2019)

De zoon van een Surinaamse moeder en een Nederlandse vader ontkent bijna 3 decennialang zijn Surinaamse afkomst. Maar als de smeekbedes van zijn moeder en een uitnodiging om als spreker op te treden in Suriname bij elkaar komen, wordt hij geconfronteerd met zijn roots. Het boek schetst de moeilijke jeugd van een jongen tussen twee werelden. Een jeugd die verzwaard werd door de geestesziekte van zijn moeder en het alcoholisme van zijn vader. Kan hij, nu hij op Surinaamse grond is, afrekenen met het verleden?

Salomon’s oordeel – Robert Vuijsje (2019)

Het was lang wachten op het nieuwe boek van Robert Vuijsje en ik liep er toch nog onverwacht tegenaan. Dat is ‘t fijne van boekwinkels! De zeventienjarige zoon uit een interraciaal huwelijk tussen een Joodse man en Surinaamse vrouw identificeert zich met zijn Surinaamse afkomst en niet zijn Joodse. Tegen de achtergrond van de betere wijk Amsterdam-Zuid wordt het huwelijk van de ouders geschetst. De obsessie van de vader met racisme en zijn frustratie dat hij als Jood niet ‘bij het team’ hoort. De moeder die zich er niet veel van aantrekt omdat ze het haar hele leven al meemaakt. Maar alles escaleert als haar zoon opgepakt wordt omdat hij een Joods meisje zou hebben verkracht. Misschien is het boek niet zo sterk als Alleen maar nette mensen, maar wel weer een mooi boek dat racisme adresseert en tegelijkertijd de excessen bespot.

Unto us a son is given – Donna Leon (2019)

Een boek van Donna Leon stemt altijd blij want ongeacht waar het verhaal over gaat, ze schrijft altijd fantastisch. Brunetti, de hoofdpersoon is als een oude bekende. De Venetiaanse achtergrond waartegen de verhalen spelen is altijd verrassend anders dan je met je Nederlandse verstand verwacht. Ook Unto us a son is given is weer een aanrader. Dit keer benoemt Leon geen maatschappelijke misstand maar gaat het over moraliteit en loyaliteit. Een mooi verhaal.

What we owe – Golnaz Hasemzadeh Bonde (2018)

Het is een indrukwekkend relaas, What We Owe. Een Iran ontvluchtte marxiste moet leven met het schuldgevoel over het verlies voor zichzelf en anderen, ontstaan door de keuzes die zij gemaakt heeft. Liefde die ze kwijraakte, haar achterdocht die haar belemmert liefde te krijgen maar vooral haar egocentrisme: pure onversneden zelfzucht. En toch leef je mee tot de kanker haar volledig overneemt.

Narcissus – Sol Bouzamour (2019)

Ik had geen hoge verwachtingen van het boek maar gaf het toch een kans. Stom want het was nog tien keer erger dan verwacht. Bouzamours verhaal is afgezaagd, het standaardriedeltje: bij voorbaat achtergesteld door zijn Marokkaanse afkomst, verkeerde keuzes makend, semi-verliefd gekwezel en, nog erger, semi-pornografische seksscenes die zo plat zijn dat zijn idealiseren van het leven in de rosse buurt bijna verfrissend wordt. Bijna, want alles is doorspekt van een hoog Panorama-gehalte. Jammer van de tijd om het boek te lezen! Nu al in de top-3 van slechtste boeken van 2019!